傾く katamuku ww.
1 overhellen; schuin gaan staan; kantelen; scheef worden
2 beginnende ondergang van de zon of maan
3 het hoofd neigen [schuin houden] (als teken van wantrouwen, onbegrip, e.d.)
4 (fig.) neiging naar; in neerwaartse richting gaan; het in verval raken; afzakken; zinken
Zie ook: 傾くかたぶく)